Vlieg met US > Reisinformatie > Baby's en kinderen

Baby's en kinderen

US Airways definieert een baby als een kind dat jonger is dan 2 jaar (24 maanden). Baby's die jonger zijn dan 2 jaar moeten op alle vluchten worden begeleid in hetzelfde compartiment door een volwassene die minimaal 16 jaar oud is of door de ouder van de baby (ongeacht de leeftijd). Wij adviseren u een geboortebewijs mee te nemen op reis voor kinderen tussen 1 en 2 jaar. Als u met een baby reist, kunt u met het kind op schoot reizen of een stoel reserveren.

Kinderen op schoot: Tijdens vluchten binnen de V.S. accepteert US Airways één kind op schoot zonder kosten als het reist onder begeleiding van een betalende passagier van 16 jaar of ouder. Op internationale vluchten moet voor kinderen op schoot 10 procent van het tarief voor volwassenen plus eventuele bijkomende kosten worden betaald, is mogelijk een papieren ticket vereist en moeten internationale belastingen in rekening worden gebracht. Minderjarigen die zonder begeleiding reizen mogen alleen een kind op schoot houden als dit hun eigen kind is.

Gereserveerde plaatsen: Als u wilt dat uw baby in zijn of haar eigen stoel reist, moet u een ticket aanschaffen. Ook moet u voor een door de Federal Aviation Administration (FAA) goedgekeurd systeem voor kinderveiligheid zorgen.

Autozitjes

Acceptabele autozitjes:

  • Vervaardigd tussen 1 januari 1981 en februari 1985. Deze moeten zijn voorzien van het label "This child restraint system conforms to all applicable Federal motor vehicle safety standards."
  • Vervaardigd na 26 februari 1985. Deze moeten twee labels bevatten met de volgende tekst: "This child restraint system conforms to all applicable Federal motor vehicle safety standards" (Dit systeem voor kinderveiligheid voldoet aan alle geldende federale veiligheidsnormen voor motorvoertuigen) en "This restraint is certified for use in motor vehicles and aircraft" (Dit kinderzitje is goedgekeurd voor gebruik in motorvoertuigen en vliegtuigen) in rode letters.
  • Vervaardigd buiten de V.S. Deze moeten een goedkeuringslabel van een buitenlandse overheid bevatten of een label dat aangeeft dat het zitje is vervaardigd volgens de normen van de Verenigde Naties.

Onacceptabele veiligheidssystemen:

  • Kinderzitjes zonder label of kinderzitjes die voor januari 1981 zijn vervaardigd.
  • Draagzakken voor kinderen met gordel of buikriemen.
  • Systemen voor kinderveiligheid met hulpkrachtbron mogen niet worden gebruikt tijdens taxiën, opstijgen of landen.

Vereisten:

  • Passagiers moeten tijdens het instapproces een ticket voor zichzelf en het kind dat is vastgelegd met het beveiligingssysteem overleggen aan de vertegenwoordiger van de klantenservice.
  • Het systeem voor kinderveiligheid mag niet in een uitgangsrij worden geplaatst, in de rij voor of achter een uitgangsrij boven de vleugel, op gangplaatsen of op middenplaatsen. Als er twee kinderen in kinderzitjes reizen, mogen deze op de midden- en raamplaats worden gezet, mits degene die met de kinderen reist op de gangplaats zit.
  • Tijdens taxiën, opstijgen, landen en als het lampje “stoelriem vastmaken” brandt, moet het kind in het kinderzitje blijven en moeten alle tuigjes stevig zijn bevestigd.
  • Een veiligheidsgordel is niet toegestaan als handbagage. Als niet voor een plaats is betaald en er een plaats naast de ouder/voogd beschikbaar is, mag de veiligheidszitting worden gebruikt. Anders moet de veiligheidszitting worden gecontroleerd.
  • Een veiligheidszitting kan naar achteren worden gericht als de baby minder dan 9 kg weegt. Bij baby's die tussen 9 en 18 kg zwaar zijn moet de veiligheidszitting naar voren zijn gericht.
  • Kinderen die ouder zijn dan twee jaar kunnen een goedgekeurde, naar voren gerichte veiligheidszitting gebruiken mits het kind niet zwaarder is dan 18 kg.